Het genie Adolphe Sax

Natuurlijk leeft zijn naam min of meer voort door het nu populaire instrument dat naar hem werd genoemd, maar toch beseffen maar weinigen hoe bijzonder deze Belg wel was. Adolphe Sax werd in 1814 geboren in de Maasstad Dinant, waar zijn vader een al gevestigd muziekinstrumentmaker was. Ook deze Charles Joseph heeft zijn stempel op de instrumentbouw gezet door te ontdekken dat het (naast de manier waarop de lucht in trilling werd gebracht) vooral de boring van een instrument was en niet zozeer het materiaal dat de kenmerkende klankkleur veroorzaakte.

Adolphe, die bij zijn geboorte eigenlijk de namen Antoine Joseph meekreeg, viel ook als kind al op door het grote aantal ongelukken dat hem overkwam. Zo verdronk hij bijna en overleefde hij ternauwernood een aantal vergiftigingen, o.a. van vitriool en arsenicum, kreeg ernsige brandwonden door een gloeiend hete koekenpan en door een kruitexplosie en kwam hij bijna om door verstikking. Hier tekende zich al iets af van een soort onvermogen om enig gevaar of bedreigende acties te herkennen, een kenmerk dat hem zijn hele verdere leven nog parten zou spelen.

Vader Sax was een goede klarinetbouwer en Adolphe, die met 14 jaar al zijn eigen klarinet bouwde, ging naast de fluit als vanzelf ook dit instrument bespelen, waarbij hij zich al snel tot een virtuoos speler ontwikkelde. Als net 20-jarige verbeterde hij de toen bestaande Müller-klarinet met compensatiekleppen en ringen om de gaten tot het zuiverder en eenvoudiger te bespelen Albert-systeem. Pogingen om een klarinet in een lagere stemming te bouwen leidde omstreeks 1838 tot de hedendaagse basklarinet die, misschien als voorloper van de latere saxofoon, al van een naar boven gekrulde metalen beker werd voorzien.

Succes en tegenslag

Voor zijn grootse visioenen werd het leven in een klein industriestadje al snel te benauwend en zonder een cent op zak vertrok Adolphe in 1842 naar de metropool Parijs. Daar vloeide al snel het ene patent na het andere uit zijn pen. Voortbordurend op eerdere pogingen van anderen ontwierp hij een complete familie van prominante koperen blaasinstrumenten, de 'Saxhorns' voor de toen zeer belangrijke militaire bands. Maar tegelijk hield hij zich ook bezig met de fabricage van trompetten, trombones en hobo's en met technische verbeteringen aan piano's en vleugels en zelfs met het ontwerpen van kanonnen.

Het is tegenwoordig nauwelijks meer voorstelbaar waartoe instrumentmakers tijdens de 19de eeuw in staat waren, zonder dat men daarvoor gebruik kon maken van onze computergestuurde microprecisie-gereedschappen. De werkkracht van Adolphe Sax moet, ondanks zijn nogal wisselende gezondheid, ook formidabel zijn geweest, al in 1843 opende hij in Parijs zijn eerste muziekinstrumentenfabriek en al een jaar later toonde hij een groot aantal prachtig vormgegeven en opzienbarende muziekinstrumenten op een grote Industriële Expositie in Parijs.

Vanaf het eerste moment voerde Adolphe een aantal voor die tijd revolutionaire technieken in bij het fabriceren van zijn instrumenten. Zo was het in die tijd gebruikelijk dat onderdelen door veelal kleine toeleveranciers werden aangeleverd en soms zelfs in huisvlijt werden vervaardigd. Door de bestaande muziekinstrumentmakers werden deze onderdelen dan samengevoegd, waardoor een adequate controle op het gehele productieproces ontbrak. In de fabriek van Sax echter werd elk onderdeel overeenkomstig nauwkeurige specificaties vervaardigd en zo ontstonden er instrumenten van een voor die tijd ongeevenaarde kwaliteit.

Inmiddels had Adolphe het concept van de saxofoon ontwikkeld en op 21 maart 1846 verkreeg hij een patent op een hele familie van deze opzienbarende en nieuwe instrumenten, van de kleine sopranino tot een gigantische 'bourdon'. De stemmingen liepen nog enigszins door elkaar heen en zeker waren ook nog niet alle instrumenten inderdaad gebouwd. In de jaren erna pas stabiliseerde zich de stemmingen tot afwisselend Es en Bes en ontstond de reeks saxofoons tot de nog steeds bekende: sopranino, sopraan, alt, tenor, bariton, bas en contrabas, waarvan de eerste en vooral de laatste tegenwoordig tot de grote zeldzaamheden behoren.

Op basis van demonstraties, die vaak het karakter van een arenagevecht tegen werkelijke of vermeende tegenstanders kregen, verwierf hij in 1845 het alleenrecht om de Franse militaire orkesten van zijn nieuwe saxhorns te voorzien. Desondanks weigerden soms spelers (vaak aangezet door de makers van traditionele instrumenten) om op zijn vernieuwingen te spelen, ook al werden door bekende componisten uit die tijd, met name George Kastner, Franz Liszt en Hector Berlioz, vooral zijn nieuwe saxofoons de hemel ingeprezen. Waarschijnlijk mede daardoor en vanwege de hoge kwaliteit van zijn instrumenten, stak er een golf van afgunst op bij de andere instrumentmakers in de lichtstad.

Er werden geschoolde medewerkers bij hem wegekocht, tekeningen gestolen, beloofde kredieten ingetrokken en er brak een aangestoken brand uit in zijn fabriek. Er werden zelfs moordaanslagen op hem gepleegd (die leidde tot de dood van een naaste medewerker) en verder zou hij zijn hele verdere leven worden geplaagd door processen, zelfs met omgekochte getuigen, ook als noodzakelijk verweer tegen de schaamteloze diefstal van zijn ideeën. Bovendien werd na de Franse revolutie van 1848 het decreet ingetrokken dat zijn saxhorns van een vaste plaats in de militaire bands verzekerde. Mede als gevolg van dit alles ging zijn bedrijf, dat inmiddels zo'n 200 werknemers telde, voor de eerste maal in 1852 failliet...

Geniale instrumentmaker

Gelukkig voor hem werd in 1854 onder Napoleon III het decreet opnieuw ingevoerd en mede dank zij de steun van de keizer zelf kon Sax zijn bedrijf weer verder opbouwen. In 1853 waren zijn vader en moeder bij hem in Parijs komen wonen en ook zijn jongere broer had zich al eerder als medewerker bij hem gevoegd. Toen echter sloeg het noodlot opnieuw toe en werd een ernstige vorm van kanker aan zijn lip geconstateerd, die niet alleen tenslotte spelen onmogelijk maakte, maar hem zelfs noodzaakte om vloeibare voeding door een rietje tot zich te nemen. Zes jaar lang zou deze kwaal hem kwellen tot hij, misschien dank zij een kuur van een befaamde kruidendokter, plotseling genezen bleek.

Ondanks alle slechte vooruitzichten en zorgen, die hem op een bepaald moment zelfs tot een zelfmoordpoging wisten te drijven, bleef Adolphe Sax bezeten doorwerken aan zijn instrumenten en ontwikkelde hij voortdurend nieuwe ideeën. Met name hield hij zich intensief bezig met het probleem van een zuiver klinkende ventieltrombone, in die tijd een belangrijk instrument. Hij bouwde hiertoe de meest fantastische en in veel opzichten onmogelijke instrumenten met zes en zelfs zeven ventielen en met zeven tot maar liefst dertien afzonderlijke bekers.

Het is kenmerkend voor de man dat hij deze instrumenten daadwerkelijk wist te bouwen en dat ze ook uitstekend klonken. Het probleem school echter in het feit dat ze bijna niet waren te hanteren, zowel vanwege het gewicht als ook vanwege het aantal ventielen waarvoor de bespeler immers nominaal slechts drie vingers van een hand tot zijn beschikking heeft. Behalve allerlei verbeteringen aan al langer bestaande blaasinstrumenten bleef Sax ook tot aan zijn dood in 1894 aan zijn saxofoon sleutelen, al staat een belangrijke verbetering, de enkele (automatische) oktaafklep, niet op zijn naam.

In 1873 ging hij voor de tweede maal failliet en kwamen zijn enige inkomsten uit zijn functie als muzikaal directeur van de Opera. Door de hoge kosten van de rechtzaken die al maar door bleven gaan was hij tenslotte gedwongen om zijn unieke collectie, bestaande uit 467 instrumenten, te verkopen. Zijn laatste jaren leefde hij van een klein pensioen dat op voorspraak van bevriende componisten voor hem werd opgezet. Hij stierf op 4 februari 1894, arm en gedesillusioneerd en door de meeste mensen vergeten.

De zegetocht van de saxofoon

Helaas heeft Adolphe Sax niet meer mogen meemaken tot welke ongekende populariteit zijn geesteskind, de saxofoon, tenslotte zou stijgen. Niet zozeer in de klassieke muziek, al werd de saxofoon langzaam wat meer toegepast door componisten als Wagner en Debussy. Nadat echter het instrument door Buescher als eerste ook in de Verenigde Staten zelf werd gebouwd, begon daar het grote succes. Aanvankelijk bij de vele militaire bands en tenslotte door een heel nieuwe muziekvorm, de jazz, die omstreeks het eind van de vorige eeuw geleidelijk ontstond en die zich zo omstreeks 1920 vertaalde naar grandioze showorkesten. Het was hier dat vrijwel alle instrumenten uit de saxofoonfamilie hun letterlijk schitterende rol in de schijnwerpers naast die van de koperblazers opeisten.

Daarnaast begon tevens de rol van het instrument voor het vertolken van zeer persoonlijk verklankte solo's. Een van de eerste die op de sopraansax excelleerde was Sidney Bechet. Wat later, omstreeks de midden dertiger jaren, was het Coleman Hawkins die de omvangrijke melodische en tonale mogelijkheden binnen het jazzidoom van met name de tenorsaxofoon systematisch uitwerkte en het instrument een indrukwekkende muzikale status gaf. Zijn beroemde 'Body and Soul' uit 1939 is nog steeds van een zeldzame en ontroerende schoonheid. In zijn kielzog ontwikkelden zich andere grote vertolkers met als meest bekende Lester Young, Ben Webster en Stan Getz. Op altsax waren het de geniale Charlie Parker, Johnny Hodges en Benny Carter en op de lastige bariton Gerry Mulligan.

Voor een deel zich baserend op jazz-achtige ontwikkelingen gingen nu ook symfonische componisten meer en meer van het instrument gebruik maken. In de eerste plaats natuurlijk George Gershwin in zijn befaamde Rapsodie in Blue en in An American in Paris, maar ook Darius Milhaud, Ravel in zijn Bolero en Aaron Copland. Op de conservatoria kreeg de saxofoon zijn vaste plaats en er bestaan legendarische klassieke bespelers, zoals Sigurd Rascher. Ook in de volksmuziek deed met name de altsaxofoon haar intrede, soms als een vervanger van lastig te bespelen instrumenten als de taragot.

In Frankrijk heeft men tegenwoordig zeker een zwak voor de saxofoon en deze is dan ook in veel chansons te beluisteren (de altsolo in de prachtige chanson Il pleut sur Nantes van Barbara). En dan is er natuurlijk de tegenwoordige popmuziek, van rock tot rap (in feite allemaal grotendeels afgeleid van de jazz) waar je het instrument, van sopraan tot tenor, steeds meer toegepast ziet en hoort, met onder anderen onze eigen Candy Dulfer als wereldberoemde altsaxofoniste. Daarnaast is er een electronische (Midi)variant ('breath controller') onstaan, waarvan voornamelijk die van Yamaha en Kawai bekend is geworden.

De fabriek van Sax is tenslotte overgenomen door het befaamde Selmer, en er worden inmiddels in vele landen saxofoons gemaakt en over de hele wereld bespeeld. De beeltenis van Adolphe Sax versiert een bankbiljet en diverse postzegels en de stad Dinant eert haar grote zoon. Misschien dat hij het in zijn verbeelding inderdaad al min of meer had voorzien, maar was toch mooi geweest wanneer hij het nog eventjes had kunnen meemaken...

Literatuur
Wally Horwood - Adolphe Sax, His life and legacy
Léon Kochnitzky - Adolphe Sax and his saxophone

t e r u g